Gedachtegoed
Radicaal eerlijk: ik heb behoefte aan Gewoon Goede Gesprekken. Met hoofdletters. Blijkbaar ben ik niet de enige. Daarom creëer ik met ONDER WOORDEN plekken waar die gesprekken kunnen ontstaan.
Mijn rol daarin is die van hoeder. Ik bepaal niet waar het gesprek naartoe moet. Ik bewaak de condities waarin we werkelijk samen kunnen onderzoeken — zonder elkaars werkelijkheid over te nemen.
Mijn definitie
Een Gewoon Goed Gesprek is een gesprek waarin ieders innerlijke waarneming evenveel bestaansrecht heeft en onderzocht kan worden, zonder dat iemand anders haar overneemt of invult.
Waarnemingsoverschrijving
Dat is wat er in de onderstroom gebeurt. Heel subtiel. Maar als je daar gevoelig voor bent, pik je het op — ook als je niet precies kunt aanwijzen wát er gebeurt.
Dat je tijdens een gesprek merkt: dit voelt niet helemaal fijn. Of: hier klopt iets niet.
De ander zegt misschien niets verkeerds. Is vriendelijk. Wil je helpen. Stelt vragen. En toch voel je dat diegene ergens iets van je wil.
Er zit iets in het gesprek wat niet helemaal vrij is. Niet omdat de ander slechte intenties heeft. Maar omdat diegene niet helemaal van jouw waarneming afblijft.
Je voelt dat de ander niet alleen naast je staat, maar ongemerkt ook een beetje aan je trekt.
Een Gewoon Goed Gesprek vraagt dat je naast iemand kunt staan zonder aan diegene te trekken. Ook als het goed bedoeld is.
De ander kan technisch gezien prachtige vragen stellen. Empathisch reageren. Aardig zijn. Alle juiste gesprekstechnieken gebruiken.
Maar als er onderliggend een richting in zit — ik hoop dat jij dit gaat inzien — dan kun je dat tóch voelen. Er wordt niet alleen naar je geluisterd. Er wordt ergens ook op een uitkomst gehoopt.
En precies daardoor kan een gesprek dat aan de buitenkant heel open lijkt, vanbinnen toch niet helemaal vrij voelen.
Het gaat dus niet alleen om wat je zegt of welke vraag je stelt, maar om de positie van waaruit je die vraag stelt.
Met nieuwsgierigheid en verwondering. Niet de nieuwsgierigheid waarmee we willen ontdekken of ons vermoeden over de ander klopt. Maar de nieuwsgierigheid waarmee we werkelijk nog niet weten wat er gezegd gaat worden.
Maar we proberen ruimte te laten tussen wat de ander vertelt en wat wij ervan vinden. Zodat iedereen zichzelf kan blijven horen.
Dat klinkt misschien eenvoudig. Ik denk dat het een kunst is.
Mijn gespreksvorm
In 21 jaar interviewen, bevragen en luisteren ben ik steeds preciezer gaan zien welke condities een Gewoon Goed Gesprek nodig heeft. Daaruit ontstond het BE REAL Gesprek™.
De basis is eigenlijk heel gewoon. We luisteren. We vragen door. We zeggen wat we zien en horen. We laten ons eigen denken bevragen. En we proberen ruimte te laten tussen wat de ander vertelt en wat wij daarvan vinden.
Mijn rol daarin is die van hoeder.
Ik bepaal niet waar het gesprek naartoe moet. Ik bewaak de condities waarin we samen kunnen onderzoeken — zonder elkaars werkelijkheid over te nemen.
Niets spectaculairs. En toch blijkt juist dát behoorlijk bijzonder.
Onder die manier van werken liggen vijf uitgangspunten waar ik steeds opnieuw bij uitkom.
We beïnvloeden elkaar voortdurend. Met onze mening, adviezen, interpretaties en verwachtingen. Zelfs met vragen waarin ons eigen antwoord al verstopt zit.
Goedbedoeld. En soms klopt het zelfs. Maar ongemerkt kan mijn interpretatie over jouw eigen waarneming heen gaan liggen. Ik noem dat waarnemingsoverschrijving. Daar wil ik voorzichtig mee zijn.
We mogen elkaar bevragen, uitdagen en laten zien wat we zelf zien. Maar uiteindelijk blijft de vraag: wat klopt daarvan voor jou?
Jouw waarneming mag onderzocht worden. Bevraagd. Misschien zelfs volledig veranderen. Zonder dat iemand anders haar voor je invult.
En dit is minstens zo belangrijk. Dat iets voor jou waar voelt, maakt het nog niet waar. Je gevoel kan gekleurd zijn. Je herinnering onvolledig. Je kunt iets verkeerd begrijpen. En iemand anders kan iets zien wat jij totaal over het hoofd ziet.
Daarom onderzoeken we.
Niet
Dit voelt niet goed, dus het ís niet goed.
Maar
Dit voelt niet goed. Interessant. Wat neem ik eigenlijk waar?
Je hoeft je eigen waarneming niet onmiddellijk te wantrouwen. Maar je hoeft haar ook niet onmiddellijk tot waarheid te verklaren. We kijken wat overeind blijft als we er van verschillende kanten omheen lopen.
En als je daarna denkt: ja, dit is wat ik nú zie — dan mag je daar ook voor staan.
Jij bent niet de enige die waarneemt. De ander ook.
We willen van verschillende ervaringen vaak één kloppend verhaal maken. Wie heeft gelijk? Wat gebeurde er écht? Maar jouw ervaring hoeft die van de ander niet ongeldig te maken. En andersom ook niet.
Een Gewoon Goed Gesprek hoeft verschillen niet onmiddellijk op te lossen. Het moet ze kunnen verdragen.
Zodra er een vraag verschijnt, willen we vaak zo snel mogelijk naar het antwoord.
Ik ben juist geïnteresseerd geraakt in het gebied ervóór. Waar iets nog niet vastligt en we kunnen kijken zonder onmiddellijk te hoeven concluderen.
Niet-weten is geen eindbestemming. Maar te snel weten kan ervoor zorgen dat we missen wat er eigenlijk te zien was.
Soms is niet-weten precies de ruimte die nodig is om iets zichtbaar te laten worden.
Dit is mijn favoriete moment.
Niet de perfecte formulering. Maar woorden waarbij iets landt. Alsof iets wat er al was eindelijk zichtbaar wordt.
Dat kun je niet afdwingen. Je kunt er wél ruimte voor maken. Door niet te snel in te vullen. Door door te vragen. Door stiltes niet onmiddellijk dicht te praten. Door niet al te weten waar iemand uit moet komen.
We hoeven kloppende woorden niet altijd te bedenken. We kunnen de condities creëren waarin ze ontstaan.
Er is nog een reden waarom ik niet te snel naar antwoorden wil. Soms zijn de woorden er simpelweg nog niet.
Je voelt iets, merkt iets op of weet dat iets niet meer helemaal klopt — maar je kunt nog niet zeggen wat dan wél. Precies daar zijn we geneigd haast te krijgen.
Terwijl misschien de interessantste vraag op dat moment is:
Wat gebeurt er als we het nog even niet invullen?
Niet voor altijd. Maar lang genoeg om iets te kunnen opmerken wat je niet had kunnen bedenken met de antwoorden die je al kende.
Dat is voor mij ook onderdeel van een Gewoon Goed Gesprek.
Niet om zonder antwoord te blijven. Maar om niet te snel genoegen te nemen met een antwoord dat er al was.
Ik geloof dat we soms niet nóg harder hoeven te zoeken naar het juiste antwoord. We moeten alleen een plek creëren waar het kan ontstaan. Voor mij begint dat vaak met iets heel eenvoudigs.
Een Gewoon Goed Gesprek. Misschien zit daar wel de kunst.
Omdat ik geïnteresseerd ben in wat er onder onze woorden ligt.
Soms zijn de woorden er nog niet. Je voelt, ziet of weet ergens iets, maar kunt het nog niet precies zeggen.
En soms zijn de woorden er allang. Vrijheid. Eigenaarschap. Liefde. Authenticiteit. Maar is er nooit werkelijk onderzocht wat je ermee bedoelt.
In beide gevallen interesseert me dezelfde vraag: wat ligt hieronder?
Wat gebeurt er als we geen genoegen nemen met het eerste antwoord, maar kijken, bevragen, luisteren en onderzoeken tot er woorden ontstaan waar je werkelijk voor kunt staan?
Niet als dé waarheid. Wel als iets waarvan je kunt zeggen:
Ja. Dit is wat ik nú zie. Dit is wat ik vind. Hier sta ik voor.
En vervolgens nieuwsgierig genoeg blijven om aan de ander te vragen:
Vertel. Hoe zie jij het?